Lithium is een natuurlijke stof die in ertsmijnen gewonnen wordt als zout. Het speelt in de hersenen een rol in de prikkeloverdracht tussen zenuwuiteinden, die verstoord is bij mensen met een bipolaire stoornis. Ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd. Lithium helpt voorkomen dat deze ontregeling optreedt.
Wat is lithium?
Lithium is een natuurlijke stof die in ertsmijnen gewonnen wordt als zout. Het ziet eruit als keukenzout en smaakt net zo, met een licht metalige bijsmaak. Lithium is goed in water oplosbaar. Het komt voor in planten, waterbronnen en zeewater. Lithium wordt sinds 1960 toegepast om manieën te voorkomen en te behandelen. Begin jaren zeventig is het middel door de overheid geregistreerd als geneesmiddel voor manische en depressieve ziekten. Lithium behoort tot de groep van medicijnen die we stemmingsstabilisatoren noemen. Daartoe behoren ook carbamazepine en valproaat
Wat doet lithium in het lichaam?
Lithium komt in bijna niet-meetbare hoeveelheden in het lichaam voor. Onder normale omstandigheden speelt het voor zover bekend nauwelijks een rol. Na inname verspreidt lithium zich door het hele lichaam. Het speelt in de hersenen een rol in de prikkeloverdracht tussen zenuwuiteinden, die verstoord is bij mensen met manische en depressieve verschijnselen. Lithium helpt voorkomen dat deze ontregeling opnieuw optreedt.
Wanneer wordt lithium geadviseerd?
Lithium wordt vooral toegepast in de behandeling van de manisch depressieve stoornis (MDS), ook wel de bipolaire stoornis genoemd:
- acute behandeling: bij een manische toestand;
- preventie of onderhoudsbehandeling: bij het voorkomen van manische en depressieve ontregelingen van de stemming;
- additie of augmentatie: als ondersteuning bij de behandeling van depressies aan antidepressiva toegevoegd.
Na één manische episode is preventie meestal (nog) niet nodig. Na twee episoden, waarvan één manische, moet preventieve behandeling overwogen worden, in het bijzonder als er één episode een ernstig verloop heeft gehad. Na drie episoden van ziekte, waarvan minstens één manische periode, is preventieve behandeling met lithium of een andere stemmingsstabilisator aangewezen. Van belang is, of dezelfde klachten vóórkomen bij familieleden en hoe zij, maar ook jij reageerden op voorgaande behandeling
Wisselende stemmingen
Bij een bipolaire stoornis wisselen extreme stemmingen elkaar af. Iemand voelt zich heel blij en energiek of juist erg somber.
Ervaringsverhaal over bipolaire stoornis
Fleur is druk bezig haar eigen winkel op te zetten. Ze werkt van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Ze verliest zelfs het contact met haar omgeving. Fleur is blij dat ze weer actief is. Hiervoor was ze lange tijd erg somber.
Manische verschijnselen
Overdreven opgewektheid en enthousiasme, snelle irritatie en woede die niet in overeenstemming is met de directe aanleiding, overschatting van de eigen mogelijkheden (grootheidsgedachten), minder behoefte aan slaap, spraakzamer zijn dan normaal of spreekdrang, gedachtevlucht en/of versneld denken, snel afgeleid, een verhoogd energieniveau en toegenomen dadendrang, remmingen vallen weg. Het gevaar is dat iemand dingen doet waar hij later spijt van heeft zoals: te veel geld uitgeven of impulsieve seksuele contacten. Andere gevaren zijn lichamelijke uitputting of verstoorde sociale contacten.
Depressieve verschijnselen
Erg in de put zitten, interesseverlies en geen plezier meer in activiteiten, emotionele leegte ervaren, een trage gedachtegang, concentratieverlies, besluiteloosheid, nergens meer toe komen, energieverlies, moeheid, onterechte zelfverwijten en schuldgevoelens, lichamelijke onrust of juist geremdheid, terugkerende gedachten over dood willen zijn en suïcide.
Lichamelijke verschijnselen
Verstopping, minder eetlust en daardoor vermagering, slaapstoornissen zoals vroeg ontwaken of juist de hele dag willen slapen. Depressie en manie volgen elkaar op of gaan in elkaar over. Soms zijn depressieve en manische verschijnselen tegelijk aanwezig. Tussendoor zijn er perioden waarin geen verschijnselen aanwezig zijn. Deze tussenperioden kunnen kort zijn of jaren duren.
Ziekteverloop
Een hulpmiddel bij het in kaart brengen van episoden is de life-chartmethode: het ziekteverloop in vergelijking tot gebeurtenissen die daarop van invloed (kunnen) zijn. Deze registratie biedt jou en je behandelaar een goed inzicht in het verloop van de ziekte, de eventuele samenhang met levensgebeurtenissen en de effecten van behandeling. Zonder behandeling duren manische of depressieve perioden gemiddeld drie tot zes maanden; korter of langer, tot soms jaren, is mogelijk.
Oorzaken van bipolaire stoornis
Heeft iemand eenmaal een manie of depressie doorgemaakt, dan blijft hij levenslange kwetsbaarheid houden dat hij opnieuw episoden doormaakt. Manisch depressieve stoornis (MDS) komt familiair voor. Een kind van een ouder met MDS heeft een verhoogde kans een stemmingsstoornis te krijgen. Als beide ouders MDS hebben is die kans nog groter. Het gebruik van lithium heeft hierop geen invloed. De oorzaak van MDS is niet opgehelderd. De erfelijke aanleg of kwetsbaarheid speelt een rol. Daarnaast zijn psychische, sociale en lichamelijke factoren van belang. Het is zinvol uit te zoeken welke factoren bij jou een rol spelen. Je kunt dit het beste doen samen met je behandelaar.
Wanneer géén behandeling met lithium?
Een behandeling met lithium vereist dat bepaalde organen in het lichaam goed functioneren, vooral nieren, schildklier en hart. Een onregelmatige hartslag, nieraandoeningen, hoge bloeddruk of verstoorde schildklierwerking kunnen aanleiding zijn tot een aangepaste
lithiumbehandeling. Na een recent hartinfarct en bij acuut nierfalen mag lithium alleen gegeven worden in overleg met de internist, cardioloog of nierspecialist. Het gebruik van een andere stemmingsstabilisator kan worden overwogen. Een verstoorde verhouding van zout en vocht in het lichaam, bijvoorbeeld bij braken, diarree of heftig transpireren, kan een reden zijn (tijdelijk) met lithium te stoppen wegens vergiftigingsgevaar. Ook combinaties met bepaalde medicijnen en diëten vereisen extra aandacht.
Zwangerschap of een hoge leeftijd hoeven geen bezwaar te zijn voor lithiumgebruik, als er maar gericht gecontroleerd wordt en het middel wordt voorgeschreven in aangepaste doses. Alle gebruikers moeten bereid en in staat zijn regelmatig contact te hebben met de voorschrijvende arts en zich aan de afspraken over het gebruik te houden. Lithium moet dagelijks en meestal langdurig gebruikt worden.
Volgens protocol (zie ook Lithiumspiegel) wordt bloed afgenomen voor bepalingen van de lithiumspiegel. De voorschrijvende arts, meestal een psychiater, moet ervaring hebben met deze behandeling en goed bereikbaar zijn voor de lithiumgebruiker.
Is lithium veilig?
Als je je houdt aan de regels is lithiumgebruik veilig voor vrijwel iedereen. Een lithiumvergiftiging kan vrijwel zeker voorkomen worden als je je goed informeert en houdt aan de afspraken die je hebt gemaakt met de behandelaar, die ook let op regelmatige controles.
Starten met lithium
Als bij jou is vastgesteld dat je kunt profiteren van een behandeling met lithium, stelt de behandelaar vragen over je gezondheid. Er wordt bloed- en urineonderzoek gedaan en als je ouder dan zestig jaar bent of hartklachten hebt, wordt een hartfilmpje (elektrocardiogram of ECG) gemaakt.
Zo nodig kan een internist worden geraadpleegd. Jij beslist zelf of je met lithium behandeld wilt worden.
Hoe verloopt een behandeling?
Je hebt regelmatig gesprekken met je behandelaar en/of verpleegkundige over de stemmingswisseling en wat daarop van invloed is, zoals medicatie en eventuele problemen die jij hebt. De lithiumspiegel en de werking van nieren en schildklier worden gecontroleerd. Daarom moet regelmatig bloed worden afgenomen en gecontroleerd in een laboratorium.
Signaleringsplan
Er kan een life-chart bijgehouden worden, waardoor jouw stemmingsschommelingen en andere bijzonderheden nauwkeurig in kaart kunnen worden gebracht. Daarnaast wordt er vaak een signaleringsplan met je opgesteld. In dit plan worden de verschillende fasen die jouw stemming kan hebben, inzichtelijk gemaakt. Aan deze fasen worden acties gekoppeld (bijvoorbeeld overleg arts, meer rust nemen enz.). Er wordt vervolgens vastgelegd wie waar verantwoordelijk voor is. Doel van het signaleringsplan is om al in een vroeg stadium eventuele decompensatie te signaleren, waarop er actie kan worden ondernomen en verdere decompensatie wordt voorkomen. In overleg met jouw behandelaar kunnen daarnaast andere behandelingen toegevoegd worden als die voor jou van belang zijn.
Welke positieve effecten kun je verwachten?
Als lithium in een therapeutische hoeveelheid in de hersenen aanwezig is, bevordert dit een normalisering van de stemming: de manische of depressieve verschijnselen worden minder en verdwijnen sneller. Als je lithium blijft gebruiken, helpt dat nieuwe episoden te voorkomen. Als ze toch optreden, kunnen ze minder ernstig zijn of korter duren, zodat bijvoorbeeld opname wordt voorkomen of bekort. Uit onderzoek blijkt dat 70 procent van de patiënten profijt heeft van lithiumgebruik.
Lithiumspiegel
De bloed- of lithiumspiegel is de hoeveelheid lithium per hoeveelheid bloed. De spiegel wordt in een getal weergegeven en is het resultaat van de ingenomen hoeveelheid (het aantal tabletten per dag) en de uitscheiding ervan door vooral de nieren. Direct na inname is de bloedspiegel het hoogst en neemt daarna langzaam af; daarom wordt de bloedspiegelbepaling twaalf uur na de laatste inname verricht. Als je ’s morgens om 10.00 uur jouw spiegel laat bepalen, moet je de laatste tablet de avond ervoor om 22.00 uur innemen. Neem je meer keren per dag lithium, dan moet je de tablet vóór bloedafname overslaan. Meld deze tijden en hoeveelheden bij de bloedafname. Een goed laboratorium vraagt ernaar. Bij de beoordeling van de uitslag wordt rekening gehouden met jouw individuele dosis en doseerschema.
Als de dagelijkse hoeveelheid wordt aangepast, duurt het ongeveer vijf dagen voor de bloedspiegel weer stabiel is. In het begin wordt de spiegel twee keer per week bepaald. Dit wordt al snel teruggebracht tot één keer per week en daarna tot één keer per maand. Bij de preventieve behandeling is controle vier keer per jaar gebruikelijk.
Hoeveel lithium moet ik nemen?
Om het gewenste effect te bereiken, moet er voldoende lithium in je lichaam aanwezig zijn. Dit is nauwkeurig te meten in millimol per liter (mmol/l), een scheikundige maat. De bloedspiegel wordt ingedeeld naar waarden gebaseerd op éénmaal per dag inname en bloedafname twaalf uur daarna:
- minder dan 0.4 - laag therapeutisch;
- 0.4 tot en met 0.8 - normaal therapeutisch;
- 0.8 tot en met 1.0 - hoog therapeutisch.
Bij de acute behandeling van manieën kan de lithiumspiegel onder goede controle opgevoerd worden tot 1.2 mmol/l. Boven 1.5 mmol/l bestaat gevaar voor lithiumvergiftiging.
Het aantal tabletten dat iemand nodig heeft om de gewenste lithiumspiegel te verkrijgen, verschilt van persoon tot persoon en kan variëren van 400 tot 2400 mg per dag (1 tot 6 tabletten à 400 mg). Deze variatie wordt mede bepaald door lengte, gewicht, leeftijd, werking van de nieren, vochtinname en gevoeligheid voor het middel. In het begin van de behandeling wordt het aantal tabletten langzaam verhoogd tot de gewenste spiegel bereikt is. Een andere methode om te beginnen is: je krijgt, na een eerste dosis en spiegelmeting, direct de wenselijke hoeveelheid.
Jouw behandelaar adviseert op grond van het verloop en de bijwerkingen, welke spiegel in jouw situatie het beste kan worden bereikt.
Op een vast tijdstip innemen
Je kunt het beste een vast tijdstip kiezen om de lithiumtabletten in te nemen: eenmaal per dag, bijvoorbeeld vóórdat je naar bed gaat. Zo blijft de spiegel stabiel en de kans dat je je medicatie vergeet is kleiner. Ook voor de standaardbepaling twaalf uur na inname is dit het makkelijkste. Je kunt de tabletten innemen met water, yoghurt of een smakelijk (caloriearm) drankje om de metalige nasmaak te camoufleren.
Een tablet vergeten! Wat moet ik doen?
Heb je een keer de tabletten vergeten in te nemen: vergeten is overslaan. Probeer wel uit te zoeken wat maakte dat je ze vergat, zodat je het voortaan kunt voorkomen.
Zijn alle lithiumtabletten hetzelfde?
Er zijn verschillende tabletten en capsules in verschillende hoeveelheid milligram (mg) beschikbaar: lithiumcarbonaat 200, 300, 400 mg, Camcolit® 400 mg, Priadel® 400 mg. Voor het gemak wordt je geadviseerd zo mogelijk steeds hetzelfde middel te gebruiken. Om vergissingen bij de inname, ten opzichte van de voorgeschreven dosering, te voorkomen heeft de Li+WG voorkeur voor merktabletten van 400 mg als eerste keus. Verandering van middel en doseringsschema per dag kan helpen bijwerking te verminderen. De werking is gelijk ondanks verschillen in vorm en grootte van tablet, nasmaak en persoonlijke voorkeur.
Informatie voor naasten
Ook iemands omgeving kan steun nodig hebben. GGZ Drenthe heeft speciale informatie voor naasten van mensen met psychische problemen.
Vereniging Plusminus
Plusminus is de vereniging voor mensen met een bipolaire (manisch depressieve) stoornis en hun naasten.
Bijwerkingen
Lithium wordt na gewenning over het algemeen goed verdragen en kan jarenlang voortgezet worden. Het is niet verslavend. Als je bij jezelf iets afwijkends opmerkt, waarvan jij denkt dat het door het gebruik van lithium ontstaan zou kunnen zijn, dan moet je dit melden aan je behandelaar. In de bijsluiter van de apotheek lees je meer over bijwerkingen.
Veel voorkomende bijwerkingen
Hierna beschrijven wij bijwerkingen die toe te schrijven zijn aan het middel zelf, en die voorkomen bij 15 tot 50 van de 100 behandelde personen. Als deze effecten uitsluitend ontstaan door de werking van lithium, verdwijnen zij na staken van het middel. Hangen de verschijnselen samen met een verandering van functie, dan kan dat blijven ook na staken van het middel.
Eten, drinken en gewicht
Droge mond, dorst, veel drinken en veel plassen: deze bijwerkingen ontstaan doordat lithium een zout is. Lithium heeft invloed op de nieren en de speekselklieren. De dorst en het vele plassen blijven vaak zolang je lithium gebruikt. Door dorst ga je meer drinken waardoor je weer meer moet plassen. Produceer je meer dan drie liter urine per dag, dan is verder onderzoek zinvol. Veel plassen is geen teken van nierbeschadiging, maar het lithiumeffect in de nier. Je kunt de dorst bestrijden door water te drinken, eventueel op smaak gebracht met een beetje citroensap. Door het effect van lithium op de speekselklier verandert de samenstelling van het speeksel. Daardoor is jouw gebit minder beschermd tegen cariës. Een goede dagelijkse mondhygiëne is dus belangrijk. Overleg met de tandarts of de mondhygiëniste wat voor jou de beste verzorging is.
Gewichtstoename kan het gevolg zijn van de invloed van lithium op de stofwisseling. Maar door de verbeterde stemming ga je vaak beter eten en ook extra drinken tegen de dorst kan (ongemerkt) tot een hoger caloriegebruik leiden: vermijd suiker en zout in frisdrank. Drink vooral gewoon water en houd je eetgewoonten in de gaten. Pas je eetgewoonten zo nodig aan of overleg met een kundig diëtiste. Grote gewichtschommeling, bijvoorbeeld als je flink vermagert, kan de lithiumspiegel veranderen; een extra spiegelcontrole is dan gewenst.
Opgeblazen gevoel in de buik, soms misselijkheid, buikkramp en diarree komen in het begin van de behandeling voor. Meestal verdwijnen de klachten na enige tijd. Het kan helpen de dagdosering te verlagen of over te gaan tot meer innames verdeeld over de dag. In enkele gevallen kan lithiumcitraat geprobeerd worden.
Trillen, presteren en concentreren
Trillende handen en spierzwakte: trillen komt veel voor in het begin van de behandeling en bij een hogere bloedspiegel. Spierzwakte merk je vooral bij langdurige spierarbeid, bijvoorbeeld als je een lange afstand loopt. Aanpassen van de dosering helpt vaak. Soms kan een medicijn als propranolol uitkomst bieden. Alcohol, koffie, thee, cola of chocola kunnen het beven versterken.
Verminderde concentratie, vergeetachtigheid
Een veelgehoorde klacht van gebruikers is dat men minder goed onthoudt en dat lezen niet meer zo lang vol te houden is. Dit moet niet worden verward met een (beginnende) depressieve stemming. Een trage schildklierwerking of een te hoge lithiumspiegel moet uitgesloten worden. De trage reactiesnelheid kan het verkeersgedrag beïnvloeden. Neuropsychologisch testonderzoek kan deze klachten verduidelijken.
Nier en schildklier
Een voldoende nierfunctie is een voorwaarde voor veilig lithiumgebruik. Daarom wordt de nierfunctie door middel van bloedonderzoek regelmatig gecontroleerd. Bij een sterk verminderde nierfunctie moet lithium vervangen worden door een alternatief.
Trage schildklierwerking: lithium kan vooral bij vrouwen de schildklierwerking vertragen. Ook als een schildklierziekte in de familie voorkomt. De omvang van de schildklier kan toenemen. Dit noemen we struma of krop. De hals wordt dan dikker. Als de schildklierwerking vertraagt, kunnen verschijnselen optreden die bij een depressie horen. In het bloed wordt minstens tweemaal per jaar het Thyroïddtimulerend Hormoon (TSH) gecontroleerd. Een afwijking kan worden hersteld met een schildklierhormoon. De behandelaar kan voorstellen het TSH-tekort te behandelen vóórdat er verschijnselen zijn. Dit helpt ook om ontregeling van de stemming te voorkomen.
Weinig voorkomende bijwerkingen
Weining voorkomende bijwerkingen komen voor bij minder dan 10 van de 100 lithiumgebruikers en zijn, als alle bijwerkingen, mede afhankelijk van een bestaande, individuele kwetsbaarheid die zich tijdens lithiumbehandeling kan voordoen.
Huid
Meer huidafwijkingen: acné (jeugdpuistjes) en psoriasis (schubbenziekte) kunnen toenemen of voor het eerst optreden. Hiervoor zijn verschillende behandelingen voorhanden via de huisarts of dermatoloog. Bij vrouwen komt een enkele keer toegenomen haaruitval voor, maar meestal is dat een voorbijgaande klacht.
Stemming
Vlakke stemming: na enige tijd lithiumgebruik merken patiënten soms een zekere vlakheid en vermindering van creativiteit. Dit hoeven niet persé verschijnselen van een depressie te zijn. Meestal is er sprake van een gemis van de manische verschijnselen die men uit het verleden kent. Ook de afwezigheid van de soms jarenlang voorkomende wisselingen in de stemming kan een gevoel van ‘saaiheid van het leven’ geven. De lithiumspiegel verlagen kan soms helpen.
Hartritme
Hartritmestoornis: zelden wordt een onregelmatige en trage hartslag gemeld. Heb jij een hartziekte in je voorgeschiedenis, dan moet je hierover overleggen met de behandelend arts en cardioloog.
Seksualiteit
Vaak melden lithiumgebruikers een vermindering van de beleving van seksualiteit. Er zijn andere verklaringen mogelijk dan lithium. Als de stemming stabiliseert, kan ook het seksuele gedrag gelijkmatiger worden en als minder ervaren worden dan in de manische, intense episoden. Minder zin in vrijen komt ook voor bij een (beginnende) depressie. De gelijkmatigheid heeft invloed op de relatie met de partner en kan ook invloed hebben op de seksuele relatie. De gevoelens bij een orgasme veranderen meestal niet. Ook dit onderwerp moet je met de behandelaar bespreken als je denkt dat het aan de lithium ligt of als je om die reden de lithium zou willen stoppen.
Wat kun je doen bij bijwerkingen?
Veel bijwerkingen kunnen worden verholpen door – indien mogelijk- de dosis aan te passen. Dit moet worden afgewogen tegen het risico van verminderde bescherming. Het gebruik van bijkomende medicijnen heeft in sommige gevallen een positieve uitwerking. Ook je stemming kan van invloed zijn op de mate waarin je last hebt van bijwerkingen. Sommige bijwerkingen zullen na gewenning en aanpassing minder last geven. Zijn de bijwerkingen ondraaglijk of te gevaarlijk, dan kan een andere stemmingsstabilisator overwogen worden. Een belangrijk deel van een behandeling bestaat uit het afwegen van de positieve en negatieve effecten. Sommige ongemakken moeten vaak geaccepteerd worden. Helaas, het is de prijs die je moet betalen voor de bescherming tegen nieuwe episoden van de ziekte.
Wat is een lithiumvergiftiging?
Een lithiumvergiftiging kan optreden bij een hogere spiegel (1.5 mmol/l). Soms gebeurt dit ook bij een lagere spiegel. Zonder tegenmaatregelen ontstaat een ernstige toestand waardoor blijvende schade kan optreden. De oorzaak is meestal een tekort aan vocht en zout bij een gelijkblijvende lithiuminname. Een vergiftiging kan ook optreden als iemand te veel lithium inneemt. Een vergiftiging kan geleidelijk ontstaan; soms heeft jouw omgeving het eerder in de gaten dan jij zelf. Vooral bij ouderen kunnen meer factoren tegelijkertijd aanwezig zijn. Als je zorgvuldig met lithium omgaat, is een vergiftiging vrijwel altijd te voorkomen.
De kans op een te hoge spiegel en vergiftiging neemt toe in de volgende situaties:
- diarree en braken (bij buikgriep of voedselvergiftiging);
- overmatig vochtverlies door transpireren (intensief sporten, sauna, vakantie in een warm land of zware spierarbeid);
- extreem vermageringsdieet (gewichtsverlies van meer dan 2 kilo per maand), zoutarm dieet (bij maatregelen tegen waterzucht of hoge bloeddruk);
- eetlustverlies (tijdens een acute ziekte, hoge koorts);
- gebruik van medicatie, bijvoorbeeld plaspillen.
Verschijnselen van lithiumvergiftiging
Verschijnselen kunnen zijn: forse toename van gewone bijwerkingen- bijvoorbeeld flink beven. Misselijkheid, braken, buikkramp en diarree. Concentratieverlies, loomheid, sufheid en slaperigheid. Zwaar gevoel in armen en benen en spierzwakte. Onzeker en waggelend lopen, onduidelijk en moeilijk spreken en verwardheid. Spiertrekkingen, spierkrampen en epileptische toevallen.
Wat te doen bij vergiftigingsverschijnselen?
Treden één of meer van bovengenoemde verschijnselen op: neem geen lithium meer in en waarschuw de huisarts en/of jouw psychiater of laat dat doen, zodat de lithiumspiegel kan worden bepaald. Neem extra zout en vocht in (kop bouillon). Zonder behandeling treedt bij ernstige vergiftiging bewusteloosheid op en kan iemand overlijden. Wordt er geen actie ondernomen, dan kunnen restverschijnselen overblijven.
Kan ik stoppen met lithium?
Velen willen na jarenlang succesvol gebruik toch weten hoe het is zonder lithium. Vanuit wetenschappelijk oogpunt valt dat niet aan te raden en het komt ook wel voor, dat bij hervatten de lithium niet meer zo goed werkt als tevoren. Toch proberen veel patiënten een keer te stoppen.
Op basis van nu beschikbare kennis wordt behandelaars geadviseerd de dosis geleidelijk te verminderen, over een periode van enkele maanden. Plotseling staken, binnen een periode korter dan 14 dagen, kan een episode uitlokken. Bij optreden van depressie of manie kan de dosis verhoogd worden of opnieuw begonnen worden met toediening. Als je stopt met lithium is dat geen reden om andere behandelafspraken te beëindigen. Uiteindelijk ben je onder behandeling voor een ziekte die weer verschijnselen kan geven, ook als die lange tijd afwezig zijn geweest.
Kan ik lithium combineren met andere medicijnen?
Lithium kan met de meeste medicijnen worden gecombineerd. Je moet wel bij ieder contact met een arts melden dat je lithium gebruikt, zodat daar rekening mee kan worden gehouden. Overleg ook met de arts die jou lithium voorschrijft. Laat het je behandelend arts ook weten als je vrij verkrijgbare medicijnen gebruikt zonder doktersvoorschrift. Ook de apotheker kan adviseren over het al dan niet samengaan van de medicijnen die jij gebruikt. Psychofarmaca kunnen elkaars (bij)werking veranderen en versterken, bijvoorbeeld bij antidepressiva. Medicijnen die invloed hebben op de lithiumspiegel kunnen zijn:
- diuretica (plastabletten) - voor vochtafdrijving en bij hoge bloeddruk;
- antihypertensiva - hoge bloeddruktabletten;
- antireumatica - ontstekingswerend bij spier- en gewrichtsklachten;
- narcosemiddelen in het kader van algehele verdoving en spierverslapping;
- antibiotica en antibacteriële middelen bij infecties.
Als je deze middelen langdurig nodig hebt, is het meestal mogelijk ze te combineren met lithium: door de dosis aan te passen en frequentere spiegelcontrole hoeven er geen problemen op te treden. Zo nodig kan een andere stemmingsstabilisator overwogen worden. Gebruik voor eenvoudige pijnstilling bij voorkeur paracetamol.
Ik krijg een operatie. Wat moet ik doen met de litium?
Soms wordt geadviseerd lithium enkele dagen voor een operatie te staken. Vaak is dat onnodig. Bij een operatieve ingreep kan de vochtbalans sterk veranderen en daardoor ook de spiegel. Zodra de vochtbalans weer normaal is, kan lithium worden hervat. Ook het narcosemiddel kan van invloed zijn. Bespreek dit ruim van tevoren met je behandelaar, maar ook met de chirurg en de anesthesist. Na de operatie moet de spiegel enige tijd gecontroleerd worden.
Hoe snel werkt lithium?
In de manische fase werkt lithium meestal na één tot enkele weken. Bij preventieve toepassing wordt meestal pas na één à twee jaar duidelijk of nieuwe episoden ook werkelijk uitblijven of minder heftig verlopen.
Hoe lang moet ik het nemen?
Als het gebruik van lithium nieuwe manische en depressieve episoden moet voorkomen, dan moet lithium jarenlang dagelijks worden ingenomen. De kwetsbaarheid voor nieuwe episoden blijft levenslang en wordt door lithium niet minder. Is de behandeling met lithium een succes, dan wordt geadviseerd er levenslang mee door te gaan.
Kan ik iets anders nemen in plaats van lithium?
Als ondanks de juiste lithiumtoepassing toch stemmingsontregelingen blijven voorkomen, ook na aangepaste verhoging van de spiegel, dan kunnen andere stemmingsstabilisatoren in combinatie met of in de plaats van lithium gegeven worden. De meest gebruikte andere middelen zijn: valproaat (o.a. Depakine®) en carbamazepine (o.a.Tegretol®). Zij hebben andere bijwerkingen en beperkingen. Het kan zijn dat de behandelaar, op grond van de NVvP richtlijn, adviseert over te gaan op een combinatie.
Wie is mijn behandelaar?
Jouw arts is verantwoordelijk voor het medicamenteuze deel van de behandelingsovereenkomst. Een lithiumbehandeling wordt zowel in het begin als later gecombineerd met gesprekstherapie; daarvoor kunnen een sociaal psychiatrisch verpleegkundige of psycholoog/psychotherapeut ingeschakeld worden. Zij kunnen tijdens de behandeling ook je gesprekspartner zijn of worden. Er komen steeds meer behandelteams die zich toeleggen op de behandeling van de MDS. Uitgangspunt is dat jij en je behandelaars vaak een jarenlang contact onderhouden en dat je in geval van crisis bij hen terecht kunt om erger te voorkomen.
Een psycho-educatiecursus (ofwel voorlichting over MDS) kan onderdeel van de behandeling zijn. Zo’n cursus wordt vaak in een groep gegeven, al dan niet met je partner. Onderdeel van zo’n cursus kan zijn een signaleringsplan ‘hoe dreigende ontregeling te herkennen en hoe dan te handelen’. Ook de vereniging Plusminus verzorgt deze voorlichting. Het verdient aanbeveling dat je partner of andere naastbetrokkenen kennismaken met jouw behandelaar en zich goed op de hoogte stellen van jouw ziekte en lithiumgebruik.
Ervaringsverhaal over bipolaire stoornis
Janny heeft al jaren een bipolaire stoornis. Met hulp van GGZ Drenthe krijgt ze de juiste medicijnen. Nu voelt ze zich veel beter.
Kan ik met lithium...
autorijden?
Meestal is er geen bezwaar tegen autorijden na instelling op lithium. Tijdens manische of depressieve episoden kan autorijden echter levensgevaarlijk zijn. Ook tijdens de behandeling kan, in geval van concentratieverlies, de reactiesnelheid verminderen. Overleg met de behandelaar en vraag zo nodig advies van een ervaren rij-instructeur.
bloed doneren?
Er is geen bezwaar om met lithium bloeddonor te zijn. De tijdelijke vermindering van de hoeveelheid bloed door de bloedafname verstoort de bloedspiegel heel weinig. Ook orgaandonatie is met gebruik van lithium mogelijk.
alcohol drinken en drugs gebruiken?
Beperkt sociaal gebruik van alcohol tot maximaal twee glazen per dag is geen bezwaar. Overweeg wel dat alcohol kan leiden tot vocht- en zoutverlies en zodoende de spiegel kan verstoren. Ook kan alcohol de stemming ontregelen. Gebruik van (af en toe) softdrugs kan waarschijnlijk geen kwaad, al geldt ook hier dat het de stemming kan beïnvloeden. Gebruik van harddrugs wordt altijd ontraden.
zwanger worden?
Op anticonceptie en ‘de pil’, heeft lithium geen invloed. Een kinderwens moet je beslist tijdig bespreken met de behandelaar. Een kinderwens tijdens lithiumgebruik is mogelijk maar niet geheel zonder risico’s. Betrek dus jouw behandelaar in die beslissing en vooral in het te volgen beleid. Je moet afwegen of je voorafgaand aan en tijdens de zwangerschap (tijdelijk) stopt met lithium, met kans op terugval, of dat je een beperkt risico accepteert.
Voor de bevalling wordt het lithiumgebruik gestopt. In de periode na de zwangerschap is de kans op een manie of een depressie bij de moeder verhoogd.
werken?
Veel patiënten kunnen door het middel een veel stabielere carrière opbouwen. Arbeidsongeschiktheid door lithium komt weinig voor. Werkzaamheden waarbij veel spierarbeid wordt verricht en waarbij veel getranspireerd wordt, kunnen soms leiden tot aanpassingen en het advies extra te drinken. Wisselende werktijden -met name nachtdiensten- kunnen ongewenst zijn vanwege de kans op ontregeling van de
stemming door verstoring van het dag-nachtritme.
op vakantie?
Zorg voor voldoende medicijnen als je naar het buitenland gaat. Bij hoge temperaturen kun je door zweten veel zout en vocht verliezen. Zorg via jouw apotheker voor een medicijnpaspoort.
Informatie voor ouderen
Ook op hoge leeftijd kunnen de stemmingswisselingen blijven terugkomen. Preventief gebruik van lithium blijft daarom nodig gedurende het hele leven. Lithium kan op oudere leeftijd gewoon gebruikt worden. Wel is het zo dat in deze levensfase meer lichamelijke ziekten optreden en vaker medicijnen gebruikt worden die de lithiumspiegel beïnvloeden.
Ouderen drinken nog wel eens te weinig. Bij vergeetachtigheid zal dit voor de omgeving een extra aandachtspunt moeten zijn. Soms moet de dosis aangepast worden en moet de spiegel vaker bepaald worden.