Als puber had Karin al last van sombere periodes. Maar ze verbergt het goed. Ze praat alleen over de leuke dingen. Haar middelbare school was zo groot, daar viel het niet op om in een hoekje te zitten. Maar tijdens haar studie gaat het mis.
"Ik had Maastricht gekozen als studiestad. Mijn cijfers waren best goed, maar ik kon het gewoon niet meer opbrengen om tussen de mensen te zitten. Ik heb jarenlang alle sociale contacten vermeden. Dus ik wist ook niet hoe het in het studentenleven moest. Het was echt doodvermoeiend om iedere keer naar school te gaan en te doen alsof het allemaal goed met me ging. Het ging niet goed. Ik voelde me akelig en triest. En ik baalde. Want tegelijkertijd snapte ik gewoon niet waarom het allemaal niet lukte."
Masker
"Ik kwam uiteindelijk bij de huisarts met vage klachten zoals hoofdpijn en slapeloosheid. Ze hebben van alles getest, mijn schildklier, de ziekte van Pfeiffer. Hoe verrassend, er kwam niets uit. Het was natuurlijk ook niet de echte reden. Maar over mijn somberheid durfde ik niets te zeggen, uit schaamte. Ik gooide het daarom liever op iets lichamelijks. Ik ging nog een tijd door met mijn masker op te houden. Maar het ging niet meer. Ik kon mij niet meer concentreren en was zo moe. Ik leefde apart van mijn omgeving. Uiteindelijk zei de huisarts: misschien kan ik je beter doorverwijzen naar GGZ Drenthe. Voor hem was het zo duidelijk als wat. Alleen wilde ik het zelf nog niet weten."