De huisarts verwijst Boban naar Centrum voor Transculturele Psychiatrie De Evenaar. Daar doet hij zijn verhaal. Hij vluchtte samen met zijn moeder en broertje naar Nederland. Zijn vader is vermoord. Voordat ze konden vluchten, hebben ze een tijdlang weinig eten en drinken gehad en steeds op een andere plek gewoond. Ook hebben ze schokkende dingen gezien. Boban is naar school geweest om Nederlands te leren. Ook heeft hij een tijdje in een restaurant gewerkt. Maar vanwege zijn klachten is hij daarmee gestopt.
Slaapproblemen
Boban heeft ongeveer twee keer per week een nachtmerrie. Hij is snel geïrriteerd, boos en voelt zich somber. Soms slaapt hij overdag. Hij denkt nog veel aan zijn vader. Boban vindt zijn klachten vervelend. Hij zou ‘gewoon’ willen zijn net als anderen. Thuis wordt er niet veel over gesproken. Hij weet wel dat zijn moeder ook nachtmerries heeft. Ze wordt soms schreeuwend wakker. Zijn jongere broertje is begonnen met een opleiding en lijkt minder last te hebben van klachten. Boban schaamt zich eigenlijk voor zijn nachtmerries. Hij zegt: “Ik ben nu de oudste man in huis en verantwoordelijk voor mijn moeder en jongere broer”.