Angst

Anna (17)

Ik leer nu om te zeggen wat ik voel, op een manier dat anderen me ook begrijpen

Anna de Haan is zeventien, ze speelt competitie volleybal en gaat naar de havo. De afgelopen jaren ging het niet zo goed met haar. In allerlei situaties voelde ze zich plotseling heel angstig; ze begon te zweten en te rillen en voelde zich verschrikkelijk. Ze durfde haast nergens meer naar toe. Niet naar haar vriendinnen, niet naar feestjes en op het laatst ook niet meer naar school. “Vaak was ik zo bang, dat ik ervan moest overgeven”, vertelt Anna. “Het was een rotperiode, waarbij ik uiteindelijk bij GGZ Drenthe terecht kwam voor hulp. Op dit moment ben ik ruim een half jaar in therapie. Ik ben nu nog wel angstig, maar het gebeurt veel minder vaak en ik kan er steeds beter mee omgaan.” 
 
“Als ik zo angstig ben, voel ik me diep ongelukkig. Vroeger wist ik niet wat ik dan moest doen. Ik kropte alles op. Vertelde er niemand iets over. Ik wou eerst zelf mijn problemen oplossen. Dat was ik gewend. Maar op het laatst ging dat niet meer. Mijn ouders vonden dat er iets moest veranderen. Samen hebben we met de huisarts gepraat en met de mentor op school. Allebei adviseerden ze ons om naar de Kinder- en Jeugdpsychiatrie van GGZ Drenthe te gaan. Dat hebben we toen gedaan.”

 
Goed luisteren
Anna vindt dat ze bij GGZ Drenthe serieus wordt genomen. “Dat merk je meteen. Toen ik voor de eerste keer naar GGZ Drenthe ging, was ik van tevoren heel erg zenuwachtig. Gelukkig waren mijn ouders ook mee. In de wachtkamer probeerde ik me voor te stellen hoe zo’n sociaal psychiatrisch verpleegkundige eruit zou zien. Ik dacht aan iemand in ziekenhuiskleding ofzo. Toen ze ons kwam halen, snapte ik eerst niet dat zij m’n hulpverlener was. Ze is jonger dan mijn moeder, leuk gekleed. Ik kan heel goed met haar praten. Net als met een vriendin, maar dan anders. Ik merkte direct dat ze goed luistert. Maar je moet wel zélf zoveel mogelijk vertellen.”

 
Vriendin
Het is even stil. Anna: “ik ben een echte vechter; op het sportveld en daarbuiten. Maar het werd zo veel dat ik dacht: hier kom ik in mijn eentje niet meer uit! Weinig mensen weten wat er met me aan de hand is. Mijn ouders natuurlijk wel en mijn zus. Mijn mentor op school heeft met de andere leraren erover gepraat, zodat ze weten dat ik me niet aanstel wanneer ik angstig de klas uitloop. En mijn beste vriendin Kim heb ik ook verteld wat er met me aan de hand is. Ik ben blij dat ze het weet. Nu begrijpt ze me veel beter. En als ze iets niet begrijpt dan vraagt ze het gewoon. Haar eerste reactie was: “Je kunt niet aan jou zien dat je wat hebt.” Aan de ene kant vind ik haar reactie wel prettig, want ik probeer natuurlijk om zo normaal mogelijk te doen. Aan de andere kant vind ik het wel jammer. Want ik wil eigenlijk ook wel dat mensen iets aan me zien, zodat ze rekening met me houden.”

 
Oplossingen verzinnen
“In het begin dacht ik dat alles nu heel snel opgelost zou zijn. Maar mijn angsten waren niet ineens over. M’n hulpverlener maakte me al snel duidelijk dat problemen die al lang bestaan niet in een paar weken verdwijnen. Zoiets kost tijd. Ik leer nu om te zeggen wat ik voel, op een manier dat anderen het ook begrijpen. En ik verzin oplossingen voor als ik weer bang ben dat ik moet overgeven. Het leukste is als je merkt dat het beter met je gaat. Toen ik bijvoorbeeld weer eens niet naar een verjaardag durfde, hebben mijn hulpverlener en ik manieren bedacht waardoor ik er toch heen durfde. En… inderdaad, dat hielp! Ik was heel trots op mezelf. Maar het gaat niet altijd goed. Soms krijg ik een dip en dan baal ik stevig.”

 
Trots
Anna is er trots op dat ze zelfs in die moeilijke periode het volleyballen heeft volgehouden. “Mijn ouders vinden dit heel belangrijk. Ze stimuleren mij enorm om ermee door te gaan. Want als je ermee stopt, lig je eruit.” Hebben haar angsten dan geen invloed op het spel? “Ik speelde veel rustiger dan de anderen,” antwoord Anna. “Ik ging harde confrontaties uit de weg. Dat het nu beter met me gaat is ook aan mijn spel te merken. Mijn vechtersmentaliteit komt weer terug. Ook op school!”

De beschreven situaties zijn aan de werkelijkheid ontleend, de namen en persoonlijke omstandigheden zijn veranderd. De afgebeelde personen zijn geen cliënten maar modellen. 

naar boven